<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
  <channel>
    <title>LivingMeta Lokaal Bestuur</title>
    <link>https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai</link>
    <description>Latest research papers, blog posts, and grey literature — curated and classified by AI</description>
    <language>en</language>
    <lastBuildDate>Sun, 03 May 2026 22:49:22 GMT</lastBuildDate>
    <atom:link href="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai/feed.xml" rel="self" type="application/rss+xml"/>
    <image>
      <url>https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai/icon.png</url>
      <title>LivingMeta Lokaal Bestuur</title>
      <link>https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai</link>
    </image>
    <item>
      <title>Commissaris van een overheidsdeelneming, een tijger zonder tanden?</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/32877</link>
      <description>Dit onderzoek geeft inzicht in de rol van de interne toezichthouder bij verzelfstandigde gemeentelijke openbaarvervoersdiensten. De resultaten laten zien dat de overheidsaandeelhouder een intensieve rol vervult door het vrije of verlichte structuurregime dat is toegepast als rechtsvorm van de semipublieke organisaties waarbij een verantwoordelijkheid- bevoegdheid discrepantie is aangetroffen. De overheid is wel bevoegd maar niet verantwoordelijk. Tevens bleek dat en beweging gaande is waarin de opdrachtgever uiteindelijke beslissingsbevoegdheid krijgt toegewezen, een beweging welke ingaat tegen de idee van verzelfstandiging waarin scheiding van de opdrachtgeversrol en de eigenaarsrol vereist is. De secretaris van de verzelfstandigde dienst blijkt een belangrijke rol te spelen in de versterking van intern toezicht. De toezichtvisie is een opvallende afwezigheid in de onderzochte cases. Dit onderzoek toont dat de commissaris in de semipublieke sector veel mogelijkheden heeft om zijn intern toezicht beter vorm te geven waarbij meer aandacht voor cultuur en gedrag binnen de relaties tussen de verschillende bij de govenrance betrokken actoren een grote kans is om deze opgave te verwezenlijken.</description>
      <pubDate>Thu, 28 Jan 2016 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:04ddaa5de10968e2</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>governance</category>
      <category>accountability</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>(Rechts)grond voor uitgifte</title>
      <link>https://frw.studenttheses.ub.rug.nl/3768/1/Lara%20Ann%20van%20Burgsteden-%20s2912635%20-%20scriptie.pdf</link>
      <description>Zuivere gronduitgifte is geen aanbestedingsplichtige overheidsopdracht. Over de kwestie of een gemeentebestuur in dergelijke gevallen vrij is eenieder op elke wijze te contracteren, bestond lange tijd onduidelijkheid. Hoewel een expliciete rechtsgrond voor het bieden van gelijke kansen aan potentieel geïnteresseerden ontbreekt, biedt dit onderzoek inzicht in verschillende impliciete rechtsgronden die maken dat gemeentebesturen toch verplicht zijn gegadigden gelegenheid te bieden om mee te dingen naar de koop van een grond. Tevens deed de Hoge Raad op 26 november 2021 uitspraak in de zaak Didam. In deze uitspraak worden de eerdergenoemde rechtsopvattingen voor een groot deel bevestigd. Deze tot dan toe onduidelijke juridische situatie maakt dat er veel behoefte is aan academische duiding van de praktijk. Door middel van empirisch onderzoek in de vorm van expertinterviews, case-interviews en beleidsstudie is een beeld verkregen van de praktijk van zuivere gronduitgifte in Nederland. Het empirische onderzoek toont aan dat het proces van zuivere gronduitgifte gestructureerd wordt door verschillende formele en informele instituties. Om de verschillende instituties inzichtelijk te maken wordt bij dit onderzoek gebruik gemaakt van het Institutional Analysis and Development-raamwerk van Ostrom. Met gebruik van dit raamwerk kon de centrale onderzoeksvraag worden beantwoord. De centrale onderzoeksvraag richt zich op de wijze waarop gemeentebesturen omgaan met zuivere gronduitgifte en welke factoren daarop van invloed zijn. Uiteindelijk blijkt dat er een grote verscheidenheid bestaat in manieren waarop gemeentebesturen omgaan met zuivere gronduitgifte. Er zijn echter instituties die in vrijwel alle actiesituaties van zuivere gronduitgifte voorkomen. De gevonden relevante invloedsfactoren zijn in ieder geval: gemeentegrootte, marksituatie en regio- en cultuurspecifieke factoren.</description>
      <pubDate>Sat, 01 Jan 2022 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:1738813013bae3b1</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>spatial_planning</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Een kwestie van kunnen en willen</title>
      <link>https://frw.studenttheses.ub.rug.nl/2914/1/Scriptie_Melissa_Dokter_Upload_1.pdf</link>
      <description>Een onderzoek naar de relevante factoren voor actief burgerschap onder de Omgevingswet in het gaswinningsgebied in Groningen, specifiek gericht op de gemeenten Delfzijl en Hoogezand-Sappemeer.</description>
      <pubDate>Fri, 01 Jan 2016 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:1da24789962c2c5b</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>participation</category>
      <category>citizen_engagement</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Gemeentelijke regie in het zorgdomein</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/32124</link>
      <description>Dit onderzoek richt zich op de actuele veranderingen in het gemeentelijke zorgdomein. Gemeenten gaan op veel verschillende manieren met deze veranderingen om, maar regie en integraliteit lijken bijna overal toverwoorden. Daarnaast is de roep om verzelfstandiging of uitbesteden in veel gemeenten hoorbaar. Hoe kunnen dit positioneringsvraagstuk en een juiste sturing en regie bijdragen aan de integraliteit in de zorgverlening waar gemeenten na de decentralisaties verantwoordelijk voor zijn geworden? Op basis van een casestudie van de situatie van de gemeente Delft door middel van een ex-ante evaluatie van de bestaande situatie en een ex-post evaluatie van een mogelijke toekomstige situatie wordt er tot conclusies en aanbevelingen gekomen. Deze houden voornamleijk het verminderen van de complexiteit in sturingsrelaties en het verbeteren van de hiërarchische coördinatie door middel van deze sturingsrelaties in. Daarnaast wordt de aanbeveling gedaan om in de toekomst de uitvoeringsorganisatie die de toegang tot de zorg regelt te verzelfstandigen.</description>
      <pubDate>Fri, 25 Sep 2015 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:1e0444dd2d3959d0</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Succes- en Belemmerende factoren van Integrale Jeugdhulp bij Gezinnen met Meervoudige en Complexe Problematiek op Organisatorisch en Beleidsmatig Niveau: een Systematische Review</title>
      <link>https://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/1866/1/Masterthese%20Orthopedagogiek%20Loes%20van%20Opheusden%20S4906640%20kopie.pdf</link>
      <description>Sinds de decentralisatie in 2015 is in Nederland integrale jeugdzorg het uitgangspunt bij het bieden van jeugdhulp. Zorginstellingen en zorgorganisaties hebben hierop ingespeeld door verplichte veranderingen door te voeren. Uit onderzoek is gebleken dat integrale jeugdhulp een belangrijke rol speelt bij gezinnen met meervoudige en complexe problematiek. Het ontbreekt echter nog aan onderzoek naar het organiseren en opzetten van landelijk beleid hieromtrent. Binnen deze systematische review is op nationaal en internationaal niveau gekeken wat er bekend is over de succes- en belemmerende factoren op organisatorisch en beleidsmatig niveau rondom integrale jeugdhulp bij gezinnen met meervoudige en complexe problematiek. Bij de uitvoering van deze systematische review is gebruik gemaakt van de PRISMA-methode. Voor literatuur is gezocht in de volgende de elektronische databases binnen EBSCO-host: Academic Search Premier, APA PsycInfo en SocINDEX. Gezien de beperkte hoeveelheid literatuur die dit opleverde is verder gezocht binnen de grijze literatuur. Er zijn 9 documenten geïncludeerd. De bevindingen waren dat de belangrijkste succesfactoren zijn: continuïteit van de zorg, ruimte om maatwerk te leveren, werken met multidisciplinaire en interculturele teams, duidelijke kaders en afspraken tussen organisaties onderling en een goede vertrouwensband tussen de organisaties. De belangrijkste belemmerende factoren bleken: de privacywetgeving en de wetgevingsverschillen tussen instanties, lange wachtlijsten in de zorg, onvoldoende samenwerking tussen organisaties, gefragmenteerde zorg, concurrentie tussen organisaties, een hoge werkdruk en tot slot een beperkte hoeveelheid tijd om integrale zorg op te zetten. Op basis van deze studie wordt aanbevolen om doormiddel van onderzoek de lacune in te literatuur verder te dichten. Organisaties die zorg leveren aan gezinnen met meervoudige en complexe problematiek kunnen kennisnemen van de gevonden succes- en belemmerende factoren en zich hierop aanpassen. 

Trefwoorden: Integrale zorg; Jeugdhulp; Gezinnen met meervoudige en complexe problematiek; Overheid; Beleid</description>
      <pubDate>Sun, 01 Jan 2023 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:28df2c5e688b1eec</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>social_care</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>De faciliterende overheid?</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/33806</link>
      <description>Gedurende de laatste honderd jaar is rol van de overheid in de ruimtelijke ontwikkeling regelmatig
veranderd. Van een zeer bescheiden rol aan het begin van de twintigste eeuw, gevolgd door een
periode van overheidssturing tijdens de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog, tot aan
zware publiek private samenwerking in de jaren negentig. Momenteel wordt op nationaal niveau
wordt ingezet op decentralisatie, terwijl op het niveau van de gemeenten middelen schaarser
worden. Dit leidt ertoe dat gemeenten worstelen met de rol die zij kiezen in stedelijke
gebiedsontwikkeling.
Eén van de rollen waar de laatste jaren vaak over gesproken wordt, is ‘faciliteren’. Hoewel het begrip
veelvuldig aan de orde komt in woord en geschrift, bestaat er geen eenduidige opvatting over
invulling van deze rol. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te geven in de betekenis van het
begrip ‘faciliteren’ en in hoeverre verschillende partijen dit begrip anders interpreteren. Het doel is
dan ook niet om één definitie van faciliteren te ontwikkelen, maar juist nader in te gaan op het
verschil in interpretatie van dit begrip door verschillende actoren en tot een mogelijke oplossing te
komen voor de communicatieverwarring.
De wens van lokale overheden om te ‘faciliteren’ is te verklaren door de opkomst van de
netwerksamenleving en de decentralisatie van overheidstaken. Door de decentralisatie vindt er
verschuiving plaats van government naar governance. Kern bij deze verschuiving is dat de overheid
taken moedwillig of noodgedwongen laat liggen, waardoor als gevolg van een gelijkblijvende
behoefte bij de samenleving, nieuwe ruimte ontstaat voor ondernemerschap en privaat initiatief. Bij
governance staat het streven naar collectieve doelen centraal en legt deze vorm van bestuur de
nadruk op het oplossend vermogen van netwerken in de realisatie van publieke en maatschappelijke
doelstellingen. De netwerksamenleving biedt mogelijkheden om de publieke zaak en publieke
dienstverlening vorm te geven: een beter werkende overheid, andere soorten
samenwerkingsverbanden, verbinding met kennis en vitaliteit in de samenleving. De faciliterende rol
van een gemeente omvat in dat geval activiteiten die te maken hebben met het mogelijk maken,
ondersteunen of stimuleren van activiteiten waarin zij niet de leiding heeft. Dit geeft al aan dat een
faciliterende rol situatie gebonden kan worden ingevuld.
Per situatie en initiatief kan worden afgewogen hoe ver de ondersteuning van de overheid gaat. Dit
gaat van volledige overheidsregulering tot volledig loslaten. ‘Faciliteren’ kan worden gezien als een
middenweg, zoals in figuur 0.1 is aangegeven. De grondgedachte hierbij is dat initiatieven uit de
samenleving meer ruimte krijgen, naar mate de overheid zich meer bescheiden opstelt. Overigens
schuilt hierin de onjuiste aanname dat de overheid rustig kan bepalen hoe zij zich tot het initiatief wil
verhouden. De werkelijkheid is weerbarstiger. Positionering en verhouding vinden plaats te midden
van aangegane verplichtingen, gewekte verwachtingen, opgebouwde reputatie en geproduceerde
resultaten.</description>
      <pubDate>Mon, 15 Feb 2016 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:32d9f4c43f60320c</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>spatial_planning</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Schaken in Spaghetti</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/32215</link>
      <description>Deze scriptie onderzoekt hoe er een balans gevonden kan worden tussen daadkracht en legitimiteit in de regionale samenwerking tussen gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam. Die balans kan worden gevonden in draagkrachtigheid door Metropolitaans Staatsmanschap.</description>
      <pubDate>Fri, 07 Sep 2012 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:3de8f76b2290635f</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>governance</category>
      <category>intergovernmental</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Leefbaarheid en burgerparticipatie</title>
      <link>https://frw.studenttheses.ub.rug.nl/2134/1/Lisette_Tijmens_s2337371_Leefb_1.pdf</link>
      <description>Dit onderzoek is een casestudie naar hoe een gemeente de leefbaarheid op peil houdt door bewonersinitiatieven te stimuleren. Uit dit onderzoek blijkt dat participatie bij kan dragen aan de leefbaarheid, sociale vitaliteit en sociale infrastructuur. Sociale vitaliteit en sociale infrastructuur moeten daarnaast worden beschouwd als voorwaarden voor participatie. Ook kan de gemeente participatie nog verder stimuleren en verbeteren door enkele kleine aanpassingen.  Hierbij moet men denken aan een vast aanspreekpunt en een verbetering in de informatieverspreiding.</description>
      <pubDate>Sun, 01 Jan 2017 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:3e1a053f74e040aa</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>participation</category>
      <category>citizen_engagement</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Informele instituties en de Omgevingswet in de gemeente Groningen, Barrières en katalysatoren voor de implementatie van de Omgevingswet</title>
      <link>https://frw.studenttheses.ub.rug.nl/2283/1/Bijlagen_bij_scriptie_LW_Smink_2.zip</link>
      <description>De implementatie van de Omgevingswet is een uitdaging voor veel gemeenten, met name op het gebied van integratie binnen de organisatie. Dit onderzoek richt zich op de invloed van (in)formele instituties en de implementatie van de Omgevingswet in de gemeente Groningen. Het blijkt dat de Omgevingswet en het begrip integraal werken verschillend geïnterpreteerd worden. Daarnaast zijn informele instituties zowel een barrière als katalysator voor implementatie van de Omgevingswet, en dus wel degelijk van invloed. Er zijn verschillende typen informele instituties gevonden, zoals cultuur, werkwijze en het aanspreken van anderen. Daarnaast zijn er instrumenten geïdentificeerd welke momenteel een barrière zijn, maar tevens een katalysator kunnen zijn. Dit betreft onder meer het optimaliseren van ICT voorzieningen en het inzetten van pilots en meer bekendheid genereren voor de Groningse Meetlat.</description>
      <pubDate>Mon, 01 Jan 2018 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:43a40073ed509e97</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>governance</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Burgerpanels: Hoe wordt het een succes?</title>
      <link>https://frw.studenttheses.ub.rug.nl/2079/1/Scriptie_NaBos_-_Burgerpanels__1.pdf</link>
      <description>Binnen gemeenten wordt er veel gesproken over burgerparticipatie, het betrekken van burgers bij beleid. Aan de hand van een middel van burgerparticipatie, een burgerpanel, is binnen deze masterthesis onderzocht hoe een burger betrokken kan worden in beleid. Door middel van een analyse van landelijke data en een kwalitatieve analyse met diepte-interviews binnen case studies is achterhaald welke factoren het succes van een burgerpanel bepalen en hoe dit succes kan worden gedefinieerd.</description>
      <pubDate>Wed, 01 Jan 2014 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:5055f0722d3c641a</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>participation</category>
      <category>citizen_engagement</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>De zoektocht naar de juiste zorg  en de rol van samenwerking: Een kwalitatief onderzoek naar de ervaring van hulpvragers en professionals bij het vinden van de juiste zorg en de rol van domeinoverstijgende samenwerking in Friesland</title>
      <link>https://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/3029/1/Bowe%20Brouwer_De%20zoektocht%20naar%20de%20juiste%20zorg%20en%20de%20rol%20van%20samenwerking.pdf</link>
      <description>De zorg in Nederland is opgedeeld in vier zorgwetten of zorgdomeinen: de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze domeinen vallen onder de verantwoordelijkheid van respectievelijk de gemeenten (Jeugdwet en Wmo), de zorgkantoren (Wlz) en de zorgverzekeraars (Zvw). Door deze opdeling kan het vinden van de juiste zorg lastig zijn wanneer zorg nodig is vanuit een of meerdere van deze wetten. Doordat niet altijd duidelijk is bij welke verantwoordelijke de hulpvrager moet zijn kan de route naar de juiste zorg lang en ingewikkeld zijn. Daarnaast geldt dat er grijze gebieden zijn tussen de zorgwetten waar geen van de verantwoordelijke organisaties de verantwoordelijkheid neemt. Domeinoverstijgende samenwerking op professioneel niveau, wordt gezien als mogelijke oplossing voor het verduidelijken van de route (Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, 2022). In dit onderzoek wordt de ervaring van twee groepen betrokkenen onderzocht. Namelijk: hulpvragers die niet zelfstandig uit hun hulpvraag over hulpmiddelen komen en professionals die de hulpvrager begeleiden naar de juiste zorg. Deze professionals zijn medewerkers van de gemeente, het zorgkantoor of de zorgverzekeraar, onafhankelijk clientondersteuners en ergotherapeuten. De onderzoeksvraag is: ‘Wat is de ervaring van hulpvragers en zorgprofessionals in de zoektocht naar de juiste zorg in Friesland en welke rol is hierbij weggelegd voor domeinoverstijgende samenwerking?’ In dit kwalitatieve onderzoek zijn de ervaringen van participanten onderzocht aan de hand van zeventien semigestructureerde diepte-interviews. De data zijn geanalyseerd door middel van een mix van een reflectieve thematische analyse en een thematische analyse met codeboekbenadering. Vanuit de interviews komt naar voren dat de route bij het vinden van de juiste zorg bestaat uit twee etappes. In de eerste etappe is er, voor zowel de hulpvrager als de professional, onduidelijkheid bij het vinden van de juiste verantwoordelijke. In de tweede etappe bestaan knelpunten die de toegang tot ondersteuning, nadat de juiste verantwoordelijke is gevonden, belemmeren. De oplossing voor het verbeteren van de route naar de juiste zorg ligt bij samenwerking. Deze samenwerking moet bij de professionals zowel intern als extern worden opgezocht.</description>
      <pubDate>Mon, 01 Jan 2024 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:60a20764fbd55b39</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>social_care</category>
      <category>intergovernmental</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Framing van het gemeentelijke vluchtelingenbeleid</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/34646</link>
      <description>Vanaf begin augustus nam de vluchtelingenstroom naar Nederland in rap tempo toe. Gemeenten werden door het Rijk en het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) benaderd om vluchtelingen onderdak te bieden. Voor veel gemeenten werd dit als een zware taak ervaren. Naast de snel te realiseren opvang voor vluchtelingen, leverde dit ook veel angst en onbegrip op onder inwoners. Regionale dagbladen beschreven het gevoel van de samenleving. Ongeruste inwoners, bedreigde wethouders, behulpzame verenigingen en dwingende politieke collega’s werden besproken in de zestig geanalyseerde artikelen van zes kleine tot middelgrote gemeenten. 
           Met behulp van een kwalitatieve inhoudsanalyse zijn in het codeerproces 53 open codes gevonden. Deze zijn teruggebracht naar tien axiale codes, die de subframes vormen van het onderzoek. De mediafuncties van regionale dagbladen, die zijn gebaseerd op eerder onderzoek, zijn ook in de analyse waargenomen. Regionale dagbladen vervullen in hun berichtgeving over het gemeentelijke vluchtelingenbeleid een informatieve, kritische en constructieve functie. De subframes vormen het antwoord op de deelvragen en zijn onder te verdelen in de drie mediafuncties. De subframes kunnen worden vertaald in drie overkoepelende thematische frames. Deze frames gaan in op het democratisch proces, het gevoel van angst en het versterken van een community. Deze overkoepelende thematische frames kunnen gemeenten en regionale dagbladen inzicht geven in de manier waarop het gemeentelijke vluchtelingenbeleid wordt geframed. De gevonden subframes en overkoepelende thematische frames vormen de issue-specific frames, omdat deze specifiek ingaan op de berichtgeving rond het gemeentelijke vluchtelingenbeleid. 
          De resultaten van dit onderzoek kunnen regionale dagbladen inzicht geven in de frames die zij en andere regionale dagbladen (on)bewust gebruiken in de berichtgeving over het gemeentelijke vluchtelingenbeleid. Journalisten kunnen hierdoor bewust worden van de gekozen invalshoek en de keuzes in onderwerpen, om zo onafhankelijk en objectief te (blijven) schrijven.  Voor gemeenten kan dit onderzoek de basis vormen voor een communicatieadvies, om de reputatie van de gemeente te behouden of te verbeteren. Niet alleen geeft dit onderzoek inzicht aan de onderzochte gemeenten. De verschillende frames zijn bij vrijwel alle gemeenten in het onderzoek waargenomen. Daarom kan dit kwalitatieve onderzoek voor meerdere (kleine tot middelgrote) gemeenten bruikbaar zijn.</description>
      <pubDate>Wed, 22 Jun 2016 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:66c91cf4c4532de0</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>governance</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Een gelukkige burger? Een systematisch literatuuronderzoek naar beschikbare instrumenten om welzijn van burgers te meten.</title>
      <link>https://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/2874/1/20230808%20Masterthesis_s.hofman_S5356415_versie2.pdf</link>
      <description>Vanaf 2007 hebben er een aantal transformaties plaatsgevonden in het sociale domein, waardoor de gemeenten nu verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning van burgers met betrekking tot participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd, werk en schuldhulpverlening. 

Het doel van de decentralisaties is om het beleid en de zorg beter op de lokale behoeften af te stemmen. De Gemeente Midden-Groningen wil daarom meer inzicht verkrijgen in het welzijn van hun inwoners en het maatschappelijk effect van het beleid binnen het sociale domein. Uit de literatuur blijkt dat welzijn op verschillende wijzen geïnterpreteerd en benaderd kan worden, en geconcludeerd kan worden dat er geen eenduidige definiëring is van het construct welzijn. 

Huidig onderzoek is een systematisch literatuuronderzoek en heeft tot doel om inzicht te krijgen in de reeds bestaande instrumenten om welzijn te meten. Middels dit onderzoek zijn er dertien instrumenten geïdentificeerd die welzijn van burgers beogen te meten. Er is onderzocht wat er bekend is over de validiteit en betrouwbaarheid van deze instrumenten. Tevens heeft er in opdracht van Gemeente Midden-Groningen een analyse plaatsgevonden naar de lengte van de verschillende instrumenten en de formulering van de items. 

Huidig onderzoek kan bijdragen aan het ontwikkelen van een instrument om het welzijn van de burgers van Gemeente Midden-Groningen meetbaar te maken. Desondanks kan aanbevolen worden om vervolgonderzoek te doen naar wat de burgers van Gemeente Midden-Groningen verstaan onder welzijn, om zo tot meetbare constructen van welzijn te komen.</description>
      <pubDate>Sun, 01 Jan 2023 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:718dfa1cdf4739e9</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>social_care</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Toeval? Over de spreiding van de maatschappelijke opvang over Nederland</title>
      <link>https://frw.studenttheses.ub.rug.nl/1164/1/emdieleman.pdf</link>
      <description>De nationale spreiding van maatschappelijke opvang over Nederland blijkt willekeurig. Er zijn afwijkingen hiervan bij gemeenten: in centraal Nederland lijkt het hebben van buren met veel opvangplaatsen de dominante relatie, in West-Nederland het hebben van buren met weinig opvangplaatsen. Bij WMO-verzorgingsgebieden zijn weinig afwijkingen. Centrumgemeenten bieden meer opvangplaatsen dan regiogemeenten.</description>
      <pubDate>Tue, 01 Jan 2008 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:7eaa8635ec619a4e</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Welke interventies op het gebied van emotieregulatie vinden plaats in de jeugdzorg voor twaalf tot achttienjarigen en hoe werkzaam zijn deze?</title>
      <link>https://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/1427/1/Masterthesis%20Olivier%20Scholten%20S5006783.pdf</link>
      <description>In de Nederlandse jeugdzorg is er een groeiende vraag naar behandelmethoden die 
ingezet kunnen worden bij emotieregulatie problemen. Ín dit onderzoek is er onderzocht welke 
werkzame interventies er worden ingezet in de jeugdzorg om emotieregulatie te vergroten bij 
adolescenten. 
Om erachter te komen welke interventies er worden ingezet en welke werkzaam zijn is 
er systematisch literatuuronderzoek gedaan. Er zijn op systematische wijze zoekacties 
uitgevoerd in een aantal databanken welke eerst op titel en abstract zijn geselecteerd. 
Vervolgens zijn de overgebleven artikelen als volledige tekst beoordeeld en geïncludeerd of 
uitgesloten.
Uit de resultaten is gebleken dat gedragstherapieën zoals: dialectische gedragstherapie, 
cognitieve gedragstherapie en deze therapieën in combinatie met mindfulness worden ingezet 
bij interventies gericht op emotieregulatie. Meetinstrumenten om effect hiervan te meten 
komen weinig overeen wat generaliseren complex maakt.
Beperking van het onderzoek is dat er veel verkennende onderzoeken zijn gebruikt 
waardoor slechts voorlopige werkzaamheid bekend is. Daarnaast zijn onderzoeken vanaf het 
jaar 2015 meegenomen waardoor eerdere interventies niet zijn meegenomen in dit onderzoek. 
Aanbeveling van dit onderzoek is dat er meer gerandomiseerde gecontroleerde 
onderzoeken gedaan moeten worden naar emotieregulatie. Hierbij moet aandacht worden 
besteed aan de generaliseerbaarheid van de interventie methoden en effecten.</description>
      <pubDate>Sat, 01 Jan 2022 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:8914aedc0bcadf44</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Maatregelen voor burgerparticipatie: Effecten van gemeentelijke mogelijkheden voor het faciliteren van burgerparticipatie</title>
      <link>https://frw.studenttheses.ub.rug.nl/4175/1/Bachelorproject%20-%20derde%20versie.pdf</link>
      <description>De begeleider en/of auteur heeft geen toestemming gegeven tot het openbaar maken van de scriptie.

The supervisor and/or the author did not authorize public publication of the thesis.</description>
      <pubDate>Sat, 01 Jan 2022 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:922aede636bc7e47</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>participation</category>
      <category>citizen_engagement</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Regionale samenwerking bij ruimtelijke projecten, een lust of een last?</title>
      <link>https://frw.studenttheses.ub.rug.nl/1388/1/Regionale_samenwerking_bij_rui_1.pdf</link>
      <description>De afgelopen jaren zijn er vele onderzoeken en reflecties uitgevoerd naar het functioneren van het openbaar bestuur. Bestuurlijke drukte is daarbij een regelmatig aan de kaak gestelde term en wordt als een probleem ervaren waar het hoofd aan geboden moet worden. Dit uit zich in de steeds luider wordende roep vanuit ‘de politiek’ om het openbaar bestuur te herstructureren. Maar de vraag die dit oproept is of bestuurlijke drukte überhaupt wel te voorkomen is. Dit onderzoek kijkt naar de manier waarop het openbaar bestuur samenwerkt, hoe ze samen functioneren bij vraagstukken binnen het ruimtelijke domein op het schaalniveau van de regio.  Met andere woorden: Wie doet wat? Wie draagt er welke verantwoordelijkheden en hoe wordt dit alles vervolgens correct en democratisch gelegitimeerd? Noopt dit alles tot een verandering van het systeem, of tot een verandering in de aanpak van vraagstukken?</description>
      <pubDate>Sat, 01 Jan 2011 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:a13fcd7dac40573d</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>spatial_planning</category>
      <category>intergovernmental</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Het vergoedingsproces van een psychosociale assistentiehond door gemeenten</title>
      <link>https://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/3764/1/Bachelorwerkstuk-Floor.pdf</link>
      <description>Dit onderzoek richtte zich op het vergoedingsproces voor psychosociale hulphonden door gemeenten. Onderzocht werd welke informatie gemeenten nodig hebben van jongeren, welke factoren de besluitvorming beïnvloeden en welke redenen doorslaggevend zijn voor vergoeding. Uit de resultaten blijkt dat gemeenten een uitgebreid informatieverzamelingsproces volgen, bestaande uit een maatwerkbeoordeling en een kosten-batenanalyse. Belangrijke factoren zijn de subjectiviteit van de WMO-consulent, de woonsituatie en houding van de cliënt, de verwachte vermindering van de zorgbehoefte, de behandelfase van de cliënt, het welzijn van de hond en de toegevoegde waarde van de hulphond. Vaak wordt een vergoeding geweigerd als de aanvraag vooral een therapeutisch effect beoogt, goedkopere alternatieven niet zijn geprobeerd of wetenschappelijk bewijs ontbreekt. Drie doorslaggevende redenen om de vergoeding goed te keuren zijn: kostenreductie op lange termijn, verbeterde participatie en de hulphond als laatste redmiddel. Het terugbetalingsproces vergt een zorgvuldige afweging van cliëntgerichte, hondgerichte en financiële factoren, waarbij gemeenten streven naar een weloverwogen besluit dat aansluit bij zowel de wensen van de cliënt als de financiële belangen van de gemeente.</description>
      <pubDate>Mon, 01 Jan 2024 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:a4e25937a5cea2f4</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Capacidad institucional de siete municipalidades y su impacto en el manejo de los recursos naturales en la zona de influencia del Proyecto PAAR, Honduras</title>
      <link>https://repositorio.catie.ac.cr/handle/11554/10142</link>
      <description>Tesis (Mag. Sc.)--CATIE, Turrialba (Costa Rica), 2001</description>
      <pubDate>Tue, 15 Dec 2020 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:b28b4b61bca069c3</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">LA Referencia (Latin America)</source>
      <category>sustainability</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Zo doen wij dat: een kwalitatief onderzoek naar het betrekken van het hele gezin in de jeugdhulp door een integrale samenwerking</title>
      <link>https://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/5153/1/BachelorwerkstukRixtHofenkPW2025.pdf</link>
      <description>Grote problemen in de Nederlandse jeugdzorg hebben aanleiding gegeven voor het opstellen van de Hervormingsagenda Jeugd. Een van de centrale punten is het betrekken van het gezin bij de jeugdzorg (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2023). Een gemeente in het Noord-Nederland heeft gehoor gegeven aan deze oproep tot verandering door een integraal samenwerkingsverband te vormen tussen zes jeugdzorgorganisaties (hierna: SIS-JH). Binnen SIS-JH staat de systemische aanpak uit de Hervormingsagenda centraal. Dit onderwerp is echter nog relatief nieuw binnen geïntegreerde samenwerkingsverbanden. Daarom tracht dit onderzoek kennis te geven over het betrekken van het hele gezin door SIS-JH aan de hand van de onderzoeksvraag: In hoeverre, op welke manier en wanneer wordt het hele gezin betrokken in de werkwijze van SIS-JH? Het onderzoek wordt uitgevoerd door middel van inhoudsanalyse van zes semigestructureerde interviews met zes beleidsmedewerkers van SIS-JH, geselecteerd door middel van quota en purposive sampling. Daarnaast worden ook beleidsplannen gebruikt voor de analyse. De inhoudsanalyse is uitgevoerd door een combinatie van inductief en deductief coderen in Atlas.ti. De resultaten laten zien dat de familie betrokken is voor de intake, tijdens de analyse en tijdens de uitvoering van de zorg. Het gezin is betrokken tijdens de analyse als bron van kennis enerzijds en als contextuele invloed op gedrag anderzijds. Er is geen consensus tussen de deelnemers over de mate waarin het gezin betrokken is.</description>
      <pubDate>Wed, 01 Jan 2025 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:c592f791d5bb1cc1</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>social_care</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Doorwerking van de Waterwet</title>
      <link>https://frw.studenttheses.ub.rug.nl/2024/1/Scriptie_Doorwerking_van_de_Waterwet.pdf</link>
      <description>Om duidelijk in beeld te krijgen hoe de Waterwet tot stand is gekomen is er aan de hand van de wetteksten, beleidsstukken en relevante onderzoeken een inhoudsanalyse opgesteld. Door middel van een literatuurstudie is de inhoud van de Waterwet nader uiteengezet en toegelicht. Aansluitend is er een doorwerkingsonderzoek uitgevoerd om te achterhalen welke onderdelen vanuit de inhoudsanalyse doorwerken in het beleid van waterschappen. Om het onderzoek duidelijk te structureren is hierbij gebruik gemaakt van het stappenplan van De Lange (De Lange, 1995). Vervolgens zijn de uitkomsten van het doorwerkingsonderzoek gebruikt om de mate van doorwerking en conformiteit vast te stellen.</description>
      <pubDate>Tue, 01 Jan 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:ca14b308390da166</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>governance</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Veranderende bewegingen en politiek ambtelijke verhoudingen</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/32036</link>
      <description>In dit onderzoek zijn scenario’s geschetst omwille mogelijke toekomstbeelden te schetsen van politiek ambtelijke verhoudingen bij de veranderingsopgave van de Gemeente Lansingerland. Er is antwoord gegeven op de hoofdvraag ‘Welke toekomstscenario’s kunnen we afleiden uit de hedendaagse ontwikkelingen die zich voordoen in de omgeving van de Gemeente Lansingerland ten aanzien de organisatie anno 2025, en in hoeverre zijn deze ontwikkelingen van invloed op de politiek ambtelijke verhoudingen?’. Middels de methode ‘Scenarioplanning’ en inzichten van toonaangevende wetenschappelijke auteurs inzake politiek ambtelijke verhoudingen is invulling gegeven aan de scenario’s. In eerste instantie zijn hiervoor trends en ontwikkelingen in de omgeving en de ambtelijke organisatie van de gemeente verkent. Aan de hand hiervan zijn vervolgens zeker- en onzekerheden bepaald voor de toekomst van de gemeente anno 2025 en mogelijke scenario&apos;s bepaald. Hieronder zijn de scenario’s kernachtig omschreven. Met de bevindingen van dit onderzoek kan er uiteindelijk geanticipeerd worden op tegenwerkende, maar ook positieve ontwikkelingen.</description>
      <pubDate>Fri, 04 Sep 2015 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:e4fd6d96203ed84e</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>governance</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Hoe jongerenwerk bijdraagt aan criminaliteitspreventie: Een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van jongerenwerkers en straatcoaches van verschillende Groningse wijkteams met multimethodisch handelen en criminaliteitspreventie</title>
      <link>https://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/2942/1/Masterthesis_Groeneveld_s4992903.pdf</link>
      <description>De afgelopen jaren is de druk op de jeugdhulp in Nederland gestegen door de toenemende vraag naar hulp 
van gezinnen en jongeren. Tegelijkertijd zijn met ingang van de vernieuwde Jeugdwet in 2015 de 
gemeenten in Nederland verantwoordelijk geworden voor de invulling en de financiering van de 
jeugdhulp in plaats van de landelijke overheid. Door deze decentralisatie is het beleid van de overheid 
meer gericht op de preventieve hulpverlening zoals jongerenwerk in de wijkteams. Tot dusver is er 
onderzoek gedaan naar Nederlands jongerenwerk en de handelingswijze van jongerenwerkers, wat 
bijdraagt aan de professionalisering van het vakgebied. Zo zijn er in eerder onderzoek vier methoden 
binnen het jongerenwerk vastgesteld: groepswerk, individuele begeleiding, ambulant jongerenwerk en 
informatie en advies, die eveneens gecombineerd kunnen worden (Sonneveld et al., 2020). Tegelijkertijd
is meer onderzoek naar wat in het jongerenwerk werkt voor verschillende subgroepen gewenst (Sonneveld 
et al., 2021). Het jongerenwerk heeft een signalerende functie en richt zich voornamelijk op kwetsbare 
jongeren die door de aanwezigheid van risicofactoren minder weerbaar zijn tegen criminaliteit. 
Voortbordurend op onderzoek van Sonneveld en collega’s draagt dit onderzoek bij aan het verder in kaart 
brengen van de handelswijze van jongerenwerkers en is eveneens onderzocht hoe multimethodisch 
handelen in de werkzaamheden volgens hen gekoppeld kan worden aan criminaliteitspreventie. De 
hoofdvraag luidt: Hoe passen jongerenwerkers vanuit verschillende Groningse wijkteams multimethodisch 
handelen toe in hun werkzaamheden en op welke manier draagt multimethodisch handelen volgens hen bij 
aan criminaliteitspreventie? Om de hoofdvraag te beantwoorden is er een kwalitatief onderzoek 
uitgevoerd, waarbij er tien semigestructureerde interviews zijn afgenomen en er één aanvullende 
focusgroep heeft plaatsgevonden. De participanten bestonden uit jongerenwerkers en straatcoaches uit 
verschillende Groningse wijkteams van de organisatie WIJ Groningen. De data is geanalyseerd middels 
een thematische analyse. De bevindingen van deze studie laten zien dat de werkwijze van de 
jongerenwerkers en straatcoaches uit twee onderdelen bestaat: 1) voorwaarden om te kunnen sturen in het 
leven van een jongere; en 2) vormen van sturing. De voorwaarden: contact door het begrip van de 
leefwereld van de jongeren, de opbouw van een vertrouwensrelatie en de samenwerking met 
partnerorganisaties maken dat er succesvol invulling gegeven kan worden aan de methoden. Daarnaast 
bleek dat de jongerenwerkers en straatcoaches van WIJ Groningen uit verschillende Groningse 
stadswijken bekend zijn met multimethodisch handelen. Naast de geïdentificeerde bijdragen van de vier 
methoden bleken echter ook het risicojongerenoverleg en het straathoekwerk van toegevoegde waarde in 
de aanpak van jongeren die zich richting de criminaliteit bewegen. Ondanks de verscheidene methoden 
kent het jongerenwerk een beperkte reikwijdte als het gaat om criminaliteitspreventie. Mochten jongeren
echter willen veranderen, staan de jongerenwerkers en straatcoaches voor hen klaar.</description>
      <pubDate>Sun, 01 Jan 2023 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:e76a7764801e24c8</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>safety</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Wat Jongeren Belangrijk Vinden: Gepersonaliseerd Monitoren in de Jeugdzorg.</title>
      <link>https://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/5148/1/MasterthesisEvavanZuidenS6180922.pdf</link>
      <description>Titel: Wat Jongeren Belangrijk Vinden: Gepersonaliseerd Monitoren in de Jeugdzorg.
Probleemstelling: In de jeugdzorg groeit de behoefte aan behandelmethoden die beter aansluiten op de individuele leefwereld van jongeren. De huidige zorg is sterk symptoomgericht, waardoor persoonlijke betekenisgeving en motivatie onderbelicht blijven. Gepersonaliseerde monitoring biedt een kans om jongeren actief te betrekken bij hun behandelproces door hen zelf onderwerpen te laten aandragen die zij belangrijk vinden. 
Methode: In deze studie is een mixed-method benadering gebruikt om thema’s onder jongeren te onderzoeken. De data is verzameld als onderdeel van reguliere behandeltrajecten binnen een jeugdzorgorganisatie en bestaat uit gepersonaliseerde vragen, die jongeren in samenspraak met hun behandelaar hebben opgesteld. In het kwalitatieve deel zijn 153 persoonlijke vragen gecodeerd en thematisch geanalyseerd volgens de zes fasen van Braun en Clarke (2006). Voor het kwantitatieve deel is een frequentieanalyse uitgevoerd om een overzicht te bieden van de verdeling van thema’s onder de jongeren.
Resultaten: De bottom-up thematische analyse resulteerde in zes overkoepelende thema’s: Daginvulling, Emoties, Sociale interactie, Zelfeffectiviteit, Zelfwaardering en Zelfzorg. De frequentieanalyse toonde dat meer dan de helft (52%) van de persoonlijke vragen door één jongere was opgesteld.
Conclusie: De bevindingen laten zien dat er sprake is van grote individualiteit in de persoonlijke vragen die jongeren opstelden. De unieke concepten konden worden gegroepeerd onder zes overkoepelende thema’s. Deze bevindingen onderstrepen het belang van een gepersonaliseerde benadering binnen de jeugdzorg, waarin niet alleen aandacht is voor symptomen en problemen, maar ook voor basale menselijke behoeften die voor jongeren van betekenis zijn.</description>
      <pubDate>Wed, 01 Jan 2025 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:ee35056830fecba8</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">University of Groningen</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Hoe Smaakt empowerment? Het helpen van zwarte zwanen om zichzelf te helpen</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/36637</link>
      <description>Een empirische studie naar de combinatie van variabelen en gedragskenmerken die de ontwikkeling van WMO-cliënten op de zelfredzaamheid-matrix verklaren en het toetsen van de empirische houdbaarheid van de WMO-beleidstheorie van de gemeente Rotterdam</description>
      <pubDate>Fri, 26 Aug 2016 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:009ff40e9b032ade</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>SchiedamsDOEN, brug tussen burger en gemeente?</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/37246</link>
      <description>Onderzoek naar de invloed van het burgerparticipatie prorgamma SchiedamsDOEN. Een programma van de gemeente Schiedam waarbij burgers initiatieven kunnen indienen die vervolgens door de gemeente worden gefaciliteerd, maar waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij de burger ligt. SchiedamsDOEN onderneemt acties om burgers te motiveren initiatieven in te leveren. Daarnaast faciliteert de gemeente de uitvoering van de initiatieven. Het doel van de gemeente is om de burgerparticipatie te stimuleren en een nieuwe manier van werken te institutionaliseren.</description>
      <pubDate>Fri, 17 Feb 2017 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:38d0ac4e235f5b6c</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>participation</category>
      <category>citizen_engagement</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Zorgcoöperatie. Een ontwerpgericht onderzoek naar de randvoorwaarden voor implementatie van zorgcoöperaties in Den Haag</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/37514</link>
      <description>De overheveling van taken uit de AWBZ naar de Wmo en daarmee een decentralisatie van taken van Rijk naar gemeenten leidt tot de vraag naar een toekomstbestendig systeem met betaalbare voorzieningen, of combinaties van voorzieningen, die passen bij de hulpvraag van de cliënt én binnen de nieuwe participatiesamenleving. Het Haagse college van B&amp;W ziet hierin een belangrijke rol weggelegd voor zorgcoöperaties. Deze scriptie is een ontwerpgericht kwalitatief onderzoek als wat de basis vormt voor de innovatiestrategie van de gemeente Den Haag. De theorie laat zien dat deze innovatiestrategie moet passen in een netwerksamenleving en in het licht van Public Value Management. Er wordt gekeken naar innovatiestrategieën in de private sector en gebruik gemaakt van het model van de exponentiele organisatie van Yuri van Geest om te komen tot randvoorwaarden die vereist zijn voor de implementatie van zorgcoöperaties in Den Haag.</description>
      <pubDate>Fri, 07 Apr 2017 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:3b0e7f57850cd9d7</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Veiligheidsdilemma&apos;s: tussen emotionaliteit en rationaliteit.</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/21638</link>
      <description>Een onderzoek naar de afweging van conflicterende waarden bij beleidskeuzes omtrent veiligheidsrisico’s in het sociale domein op lokaal niveau.</description>
      <pubDate>Fri, 08 Jan 2016 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:00c5a2977e3e8bd5</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>safety</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Regionale beleidsvorming onder de Omgevingswet. Eenvoudig beter?</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/27577</link>
      <description>Schaalaansluiting heeft betrekking op het zo veel mogelijk laten aansluiten van het schaalniveau waarop beleid wordt gevormd op het schaalniveau waarop beleidsvraagstukken spelen. Het realiseren van schaalaansluiting op het schaalniveau tussen gemeente en provincie is een ingewikkeld vraagstuk. Een belangrijke oorzaak hiervoor is het ontbreken van een formele regionale bestuurslaag. Om deze reden wordt regionale beleidsvorming gezien als alternatief om schaalaansluiting te realiseren. Met de komst van de Omgevingswet zal de manier waarop regionaal beleid wordt gevormd echter veranderen. Onduidelijk is hierbij of regionaal beleid opgesteld binnen de context van de Omgevingswet bijdraagt aan het realiseren van schaalaansluiting. Daarnaast is ook niet bekend op welke wijze overheden en andere partijen bij het opstellen van dit beleid met elkaar samenwerken en of deze manier van samenwerken zich wel verhoudt tot de uitgangspunten van de Omgevingswet.
Via dit onderzoek is meer inzicht verkregen in hoeverre beleid dat tot stand komt via beleidsinstrumenten uit de Omgevingswet bijdraagt aan het realiseren van schaalaansluiting. Dit op het schaalniveau tussen gemeente en provincie. Specifiek is hierbij het instrument omgevingsvisie onderzocht omdat hiermee al op regionaal schaalniveau wordt geëxperimenteerd. Daarnaast is meer inzicht verkregen in de wijze waarop partijen samenwerken bij het opstellen van dit regionaal beleid en hoe dit zich verhoudt tot de uitgangspunten van de Omgevingswet.  

Met betrekking tot de bijdrage aan het realiseren van schaalaansluiting komt uit de analyse naar voren dat regionaal beleid in de meeste gevallen niet leidt tot een perfecte schaalaansluiting. Wel is bij het opstellen van regionaal beleid in de meeste gevallen sprake van een schaalniveau dat zich beter verhoudt tot de vraagstukken ten opzichte van lokaal of provinciaal beleid. De context van de Omgevingswet lijkt echter geen bijdrage te leveren aan het realiseren van schaalaansluiting. Sterker, de mogelijkheden om regionale visies op te stellen onder de Omgevingswet zijn beperkter dan onder de huidige Wet ruimtelijke ordening. Dit omdat er slechts één omgevingsvisie per bestuursorgaan is toegestaan. Intergemeentelijke of -provinciale omgevingsvisies zijn niet mogelijk onder de Omgevingswet. Dit leidt tot hulpconstructies waarbij regionale visies als onderlegger dienen voor nog op te stellen omgevingsvisies voor afzonderlijke gemeenten en provincies.
  
Met betrekking tot de wijze waarop wordt samengewerkt bij het opstellen van regionale omgevingsvisies en hoe dit zich verhoudt tot de uitgangspunten van de Omgevingswet komt uit de analyse het volgende naar voren. Op veel onderdelen sluit de wijze waarop overheden en andere partijen met elkaar samenwerken goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet. Het gaat hierbij onder andere over: 1. Een sterke en leidende positie van de overheid bij het opstellen beleid; 2. Het ook overleg voeren met niet gevestigde partijen; 3. Het zowel gericht zijn van die visie op de korte als lange termijn; 4. Een combinatie tussen strakke kaders waarbij een vastliggend eindbeeld wordt gepresenteerd en ruime kaders waarbij het eindbeeld niet vast ligt. 

Op andere onderdelen is sprake van een verschil tussen wat de Omgevingswet beoogt en hoe er in de praktijk wordt gewerkt. Zo blijkt het lastig om niet-overheidspartijen een grotere rol te geven bij het formuleren van de inhoud zoals de Omgevingswet beoogt. Dit heeft te maken met het schaal- en abstractieniveau. Hoe hoger dit ligt, hoe verder de visie van markt- en maatschappelijke partijen af komt te staan. Als gevolg van de beperktere betrokkenheid van niet-overheidspartijen is er ook weinig sprake van interacties tussen maatschappelijke- en marktpartijen onderling, zoals op grond van de uitgangspunten van de Omgevingswet verwacht zou mogen worden. Verder houden overheden in alle cases meer dan wenselijk grip op wie er toegang heeft tot het proces en wordt er in sommige gevallen nog bewust voor gekozen de visie sectoraal op te stellen waar de Omgevingswet juist integraliteit beoogt.</description>
      <pubDate>Mon, 11 Sep 2017 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:1d211324cf94fe1e</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>spatial_planning</category>
      <category>intergovernmental</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Tien jaar samen werken aan samen wonen. Wat werkt? Een onderzoek naar het proces rondom de prestatieafspraken wonen in  de gemeente Delft</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/3873</link>
      <description>Faculteit der Sociale Wetenschappen, Studierichting Bestuurskunde (Bestuur en Management van Complexe Ruimtelijke Vraagstukken)</description>
      <pubDate>Sun, 01 Jan 2006 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:2b1426762d1dcb0a</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>spatial_planning</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>De omgevingsvisie: integraal en interactief? &quot;Een onderzoek naar het governance netwerk rondom de omgevingsvisie Vleuten-De Meern van de gemeente Utrecht&quot;

The general plan of Utrecht: integral and interactive? &quot;A research about the governance network that creates the general plan of the neighbourhood Vleuten-De Meern&quot;</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/23861</link>
      <description>Met de komst van de Omgevingswet wordt de ruimtelijke ordening op een andere manier benaderd. De tendens is om ruimtelijke plannen op een integrale en interactieve manier aan te pakken. De maatschappij en de markt worden intensief betrokken bij het ontwikkelen van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Er wordt een governance netwerk gevormd van verschillende publieke en private actoren waarbinnen integraal en interactief wordt gepland. Met dit onderzoek wordt dit netwerk onderzocht middels een case studie. De case betreft Vleuten-De Meern, een wijk van de gemeente Utrecht. Onderzocht wordt in hoeverre de omgevingsvisie van Vleuten-De Meern integraal en interactief wordt opgesteld binnen en welke voordelen en nadelen dit opleverd. 

Nowadays spatial planning is not just a task of the government anymore. General plans and community plans are made within a governance netwerk of public and private actors. A trend in spatial planning is to involve the market and the society and let them cooperate with the government. This research investegate this governance network through a case study. The case study is the neigbourhood Vleuten-De Meern and the general plan made by the municipality Utrecht. This investigations shows the advantages and disadvantages of this governance netwerk and their integral and interactive way of spatial planning.</description>
      <pubDate>Thu, 25 Aug 2016 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:2e8481daaf62a1f9</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>spatial_planning</category>
      <category>intergovernmental</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Verdwaald in een zorgdoolhof. Samenhang tussen visie en inkoopstrategie in de jeugdhulp.</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/38465</link>
      <description>Door de decentralisatie van de jeugdhulp werden gemeenten verantwoordelijk voor de (inkoop van) jeugdhulp. Onderzoekers menen met verschillende inkoopstrategieën verschillende doelen te kunnen behalen. Dit roept de vraag op welke inkoopvorm beter werkt om de visie, met doelstellingen en principes, van een gemeente te kunnen bereiken én of gemeenten dit vervolgens in de praktijk toepassen. Deze vraag heeft geleidt tot de volgende onderzoeksvraag: &apos;In hoeverre weten gemeenten na de decentralisatie van de jeugdhulp congruentie te creëren tussen hun visie (voorgenomen doelen en leidende principes) en de gekozen inkoopstrategie?’. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is de samenhang bij 6 gemeenten door middel van documentanalyse en het afnemen van interviews onderzocht. Uit de analyse bleek dat bij 4 van de 6 gemeenten samenhang bestaat. Geconcludeerd kan worden dat het van belang is om de inkoop van jeugdhulp en de visie en doelstellingen als een samenhangend systeem te zien, waarbij het zorgsysteem ‘all the way’ moet worden doorgevoerd.</description>
      <pubDate>Thu, 07 Jan 2021 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:36ac1f5fe41ff14a</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>social_care</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>De legitimiteit van burgerparticipatie</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/38400</link>
      <description>Dit is een onderzoek naar de invloed van burgerparticipatie binnen het programma ‘Sterke Schouders Sterke Stad’ van de gemeente Rotterdam op de input- throughput- en outputlegitimiteit. Dit onderzoek in uitgevoerd binnen het programma ‘Sterke Schouder Sterke Stad’ van de gemeente Rotterdam dat beoogt meer hoogopgeleiden aan de stad te binden. Als onderdeel hiervan heeft de gemeente een aantal participatieprojecten opgestart om dit te bewerkstelligen. In totaal zijn hiervan vier verschillende participatieprojecten onderzocht.
Enerzijds is onderzocht welke invloed de voorwaarden om te participeren (CLEAR-model) hebben op de representativiteit (breedte van participatie) en de mate waarin bewoners invloed hebben op het besluitvormingsproces (diepte van participatie). Vervolgens is onderzocht welke invloed deze breedte en diepte van participatie (sterkte van participatie) weer heeft op de legitimiteit.</description>
      <pubDate>Fri, 09 Jun 2017 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:4ae4c479434cd966</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>participation</category>
      <category>citizen_engagement</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>De relatie tussen de prestatie van de ambtenaar en politiek vertrouwen</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/9040</link>
      <description>Het politiek vertrouwen van de burger is belangrijk voor de gemeente Amsterdam. Het gemeentebestuur van Amsterdam kan alleen goed functioneren als de burgers vertrouwen hebben in het bestuur. Het is dan ook belangrijk voor de gemeente Amsterdam om te weten hoe politiek vertrouwen beïnvloed kan worden. Het is onduidelijk welke factoren invloed hebben op het politiek vertrouwen. Dit onderzoek heeft als doel gehad om een van de factoren die van invloed kan zijn te toetsen. 

De gemeente Amsterdam meet ieder jaar het politiek vertrouwen van de burger aan de hand van de Amsterdamse Burgermonitor. Dit onderzoek heeft de relatie tussen de tevredenheid van de burger over de prestatie van de ambtenaar en politiek vertrouwen in het gemeentebestuur getoetst aan de hand van de dataset van de Amsterdamse Burgermonitor 2009. De prestatie van de ambtenaar is gemeten aan de hand van de tevredenheid van de burger. De relatie tussen de prestatie van de ambtenaar en het politiek vertrouwen in het gemeentebestuur is statistisch getoetst aan de hand van verscheidene meervoudige lineaire regressie analyses. Er zijn enkele belangrijke significante bevindingen naar voren gekomen. Ten eerste leidt een hogere tevredenheid van de burger over de prestatie van de ambtenaren tot een hoger politiek vertrouwen in  het gemeentebestuur. Ten tweede leidt het hebben van contact door de burger met een ambtenaar tot een lager politiek vertrouwen. Het hebben van contact met een ambtenaar heeft een sterker verband met politiek vertrouwen dan de tevredenheid van de burger over de prestatie van de ambtenaar. Het politiek vertrouwen is dus hoger indien een burger geen contact heeft gehad met een ambtenaar. Indien er wel contact is geweest met een ambtenaar, dan zorgt een hogere mate van tevredenheid van de burger over de prestatie van een ambtenaar voor meer politiek vertrouwen.
Dit onderzoek heeft tevens enkele andere factoren meegenomen om het effect hiervan op politiek vertrouwen te meten.  Er is gekeken naar het opleidingsniveau, het geslacht en de leeftijd. Uit de resultaten is gebleken dat burgers met een hoger opleidingsniveau een hoger politiek vertrouwen hebben. Met uitzondering van de groepen mensen geen opleiding of lagere school opleiding. Mannen hebben meer politiek vertrouwen dan vrouwen. Ten slotte hebben oudere mensen minder politiek vertrouwen dan jongere mensen.

Er is ook gekeken naar verschillen in politiek vertrouwen tussen stadsdelen in Amsterdam. Uit deze analyse is gebleken dat er significante verschillen zijn in politiek vertrouwen tussen enkele stadsdelen in Amsterdam. Na toevoeging van de controlevariabelen opleidingsniveau, geslacht en leeftijd vallen enkele significante resultaten weg. Alleen het Stadsdeel Osdorp wijkt dan nog significant af. De reden hiervoor is onduidelijk. De etniciteit in het stadsdeel Osdorp is zeer divers met veel laag inkomen gezinnen. Deze aspecten kunnen mogelijk de verklaring zijn. Verder onderzoek is nodig om de reden achter dit verschil te vinden.</description>
      <pubDate>Wed, 14 Sep 2011 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:576ba0018b4f2e92</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>governance</category>
      <category>accountability</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Betrokken in Zuid. Een kwalitatief onderzoek naar het gebiedsgericht werken in de gemeente Amsterdam stadsdeel Zuid.</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/25258</link>
      <description>Een kwalitatief onderzoek naar het gebiedsgericht werken in de gemeente Amsterdam stadsdeel Zuid.</description>
      <pubDate>Fri, 27 Jan 2017 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:6df42546efbd1375</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>governance</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Happiness at Work. De gebreken van een datagedreven analyse als kwalificatiemethode van medewerkersbevlogenheid</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/22194</link>
      <description>De datafication van ons maatschappelijk en wetenschappelijk paradigma uit zich in een wereldwijd panopticum, waar de mensheid effectieve beslissingen wil maken door het verzamelen van veel gegevens, om daar vervolgens informatie uit te vergaren en die te transformeren naar bruikbare kennis (Gray 2014, 535). De gemeente Zwolle is een publieke organisatie die het dataveillance systeem omarmt en toepast bij het meten van medewerkersbevlogenheid. Voor het datagedreven kwalificeren van medewerkersbevlogenheid fungeert binnen dit onderzoek de mailbox van 8 vrijwillige participanten (ambtenaren van de gemeente Zwolle) als databron. Deze analyse is een kritische blik op de mate en wijze waarop datagedreven onderzoeksmethode patronen en indicatoren van medewerkersbevlogenheid toont.</description>
      <pubDate>Wed, 20 Apr 2016 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:87d6b57453b81003</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>organization_theory</category>
      <category>organizational_structure</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Sturen in onbestuurbaarheid: een onderzoek naar toekomstvisies bij Nederlandse gemeenten</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/9507</link>
      <description>In deze scriptie worden de resultaten van een exploratief onderzoek naar het verschijnsel van toekomstvisies van gemeenten gepresenteerd. In het onderzoek is een zestiental persoonlijke interviews afgenomen bij burgemeesters, wethouders, wetenschappers en projectleiders die betrokken waren bij visietrajecten. De inzichten uit de interviews zijn door middel van een schriftelijke enquête verbreed tot alle gemeenten van Nederland. Het lokaal bestuur opereert in een complexe omgeving met verschillende actoren met verschillende belangen, in een tijd die als zeer onzeker wordt beschouwd. Binnen het lokaal bestuur wordt gezocht naar manieren om hun publieke doelen te kunnen blijven verwezenlijken. In dit kader stelt het lokaal bestuur in verschillende gemeenten samen met externe partijen een integrale toekomstvisie op. Toekomstvisies worden opgesteld om legitimatie van en samenhang in beleid van het lokaal bestuur te verhogen. Toekomstvisies
worden gebruikt als kaderstellend instrument voor besluitvorming en als een verhaal. Het is een zoektocht naar hoe de lokale democratie in te richten. Het uitgebreid betrekken van externe partijen bij het opstellen van de toekomstvisie past binnen een (schijnbare) machtsverschuiving van gekozen politici naar de samenleving.</description>
      <pubDate>Fri, 11 Nov 2011 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:8fed881d4c962319</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>governance</category>
      <category>democratic_innovation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Hoeveel ruimte voor verandering zit er in een beleidsproces? Casusonderzoek naar de implementatie van Welzijn Nieuwe Stijl</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/12016</link>
      <description>Wet- en regelgeving wordt aangepakt via de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). In de dagelijkse praktijk betekent dat forse bezuinigingen op welzijnswerk, scherpe kritiek op bestedingen van zowel gemeenten als welzijnsorganisatie en werken volgens een nieuwe werkwijze. Welzijn Nieuwe Stijl (WNS) moet de lat voor welzijnswerk verhogen. Welzijnsorganisaties staan onder grote druk om te voldoen aan de moderne eisen. 
In dit onderzoek heb ik de overgang naar WNS van een welzijnsorganisatie bestudeerd. Voor deze casus is in navolging van Morgan (1992) een eigen metafoor voor beleidsprocessen geformuleerd; de ‘metafoor van Spiro’. Aan de hand van deze visie op beleidsprocessen is een antwoord geformuleerd op de vraag welke elementen van dit beleidsproces bijdragen aan een succesvolle uitvoering en welke 
elementen juist een belemmering vormen. Voor dit onderzoek is een afgebakende casus gebruikt van een welzijnsorganisatie. 
Het is een kwalitatief onderzoek waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van een documentencorpus, bijgewoonde bijeenkomsten en gesprekken.</description>
      <pubDate>Tue, 20 Nov 2012 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:9358c88edd88ba73</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>social_care</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Eigen kracht in de jeugdzorg - Onderzoek onder jeugdwerkers</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/11717</link>
      <description>In 2015 vindt de decentralisatie van de jeugdzorg plaats, wat wil zeggen dat de gemeente in plaats van de provincie de zorg voor de jeugd gaat organiseren. Tegelijkertijd wil de overheid de jeugdzorg inhoudelijk veranderen met ‘eigen kracht’; een andere werkwijze die de jeugdige centraal stelt. Eigen kracht is gebaseerd op het inzetten van de mogelijkheden van de jeugdige en de mogelijkheden van haar netwerk. In dit kwantitatieve onderzoek kijken we naar hoe jeugdwerkers tegenover eigen kracht staan en in hoeverre ze de werkwijze al toepassen. Uit de theorie zijn een aantal motivatie- en communicatiefactoren gehaald die mogelijk van invloed zijn. De data is verzameld door middel van een vragenlijst onder jeugdwerkers van verschillende instellingen in Zaanstad. Bij de analyse komt naar voren dat jeugdwerkers positief staan tegenover de werkwijze ‘eigen kracht’, waarbij ze minder positief zijn ten opzichte van het netwerk van de jeugdige inzetten. Jeugdwerkers passen ‘eigen kracht’ al regelmatig toe in hun werkwijze. Het blijkt zo te zijn dat naarmate jeugdwerkers meer autonoom gemotiveerd ze een positievere houding hebben en eigen kracht meer toepassen in hun werkwijze. Jeugdwerkers werken voornamelijk met eigen kracht omdat ze er persoonlijk belang bij hebben of omdat ze de waarde inzien voor de jeugdige. Jeugdwerkers noemen een aantal onmogelijkheden om eigen kracht in te zetten, zoals bij psychische gevallen en wanneer geen motivatie vanuit de jeugdige aanwezig is. De beleidsaanbevelingen die voortvloeien uit dit onderzoek, zijn er voornamelijk op gericht hoe de gemeente Zaanstad organisaties kan vrijlaten in het werken met ‘Eigen kracht’.</description>
      <pubDate>Fri, 28 Sep 2012 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:aec2269408bf3f68</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>social_care</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Proeftuinen, eerst zaaien dan oogsten. Mix-methods onderzoek naar de voorwaarden voor een effectieve netwerksamenwerking in de jeugdzorg</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/18308</link>
      <description>Per 1 januari 2015 wordt de gehele zorg aan jeugd gedecentraliseerd naar gemeenten. Deze transitie gaat gepaard met een grote bezuinigingsoperatie. In Amsterdam wordt geoefend met een deel van het nieuwe jeugdzorgstelsel in de vorm van ‘proeftuinen’. Deze scriptie tracht antwoord te geven op de hoofdvraag: “Welke voorwaarden zijn nodig voor een effectieve netwerksamenwerking binnen de Amsterdamse proeftuinen Om het Kind en welke risico’s signaleren professionals voor de nieuwe samenwerkingsvorm?” Om de hoofdvraag te beantwoorden is een vragenlijst gestuurd naar alle medewerkers in de proeftuinen. Daarnaast is in twee stadsdelen gesproken met verschillende professionals binnen de proeftuinen en met een aantal samenwerkingspartners.
Zowel structurele als procesmatige voorwaarden zijn van invloed op de netwerkeffectiviteit. Zowel uit de theorie als praktijk blijkt dat een netwerk dat bottom-up ontstaat - zowel binnen de proeftuin als door samenwerkingspartners - kan rekenen op meer draagvlak en uiteindelijk ten goede komt aan de netwerkeffectiviteit. Daarnaast zijn duidelijke richtlijnen en verwachtingen over het functieprofiel en rolverdeling essentieel. Bij de stedelijke uitrol in 2015 dient de gemeente algemene beleidskaders op te stellen, die in de praktijk zullen uitkristalliseren. Ieder netwerk dient te worden ingericht op basis van de behoeften en benodigdheden binnen de context; maatwerk is geboden. Tot slot zijn netwerkleden gebaat bij goede facilitaire ondersteuning door het management; voldoende tijd, adequate huisvesting en ICT- middelen. In de jeugdzorg zijn ook registratiesystemen die aansluiten op de dagelijkse werkzaamheden en rekening houden met de privacywetgeving belangrijke voorwaarden voor een effectieve netwerksamenwerking.
In het werkproces is heldere communicatie een belangrijke indicator voor de netwerkeffectiviteit; zowel structureel overleg als informele communicatie zijn noodzakelijk. Leidinggevenden binnen het netwerk hebben de rol dit te faciliteren, bijvoorbeeld door het inrichten van een gezamenlijke vestiging voor samenwerkingspartners. Bovendien is het creëren van vertrouwen en het nastreven van een gezamenlijke visie, zowel op directie- als uitvoeringsniveau, een belangrijke voorwaarde voor de netwerkeffectiviteit.
Concluderend, faciliteer een ‘vruchtbare samenwerking’ door in te zetten op zowel structurele als procesmatige factoren. Neem voldoende tijd, zorg voor kruisbestuiving van expertise tussen professionals, maar staar niet blind op innovatie. ‘Exnoveer’; behoud hetgeen dat werkt in de praktijk, want ‘daar pluk je uiteindelijk de vruchten van’.</description>
      <pubDate>Mon, 15 Sep 2014 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:ccd5e64000972d7f</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Intergemeentelijke samenwerking in de regio Breda - Een onderzoek naar de formele en informele positie van de raad en het college</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4019</link>
      <description>In opdracht van Regiobureau Breda, dat twee gemeenschappelijke regelingen - Overlegplatform Regio Breda en Regionale Samenwerking Volkshuisvesting - ondersteunt, is onderzoek gedaan naar de formele en infomele positie van de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders ten opzichte van gemeenschappelijke regelingen. Hierbij is voornamelijk gekeken naar de informatie- en verantwoordingsplicht vanuit het college en eventuele invloed van het dualisme. De formele positie is achterhaald door in te zoomen op de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet dualisering gemeentebestuur en de juridische bepalingen van de twee bewuste regelingen. De informele positie is in kaart gebracht door middel van een theoretisch kader gebaseerd op de netwerktheorie, dat leidde tot een intensieve casestudy naar de actoren, afhankelijkheden, belangen, strategieën, regels, besluitvorming en machtsposities in het beleidsnetwerk in de regio Breda. Vanuit deze empirische analyse zijn aanbevelingen gedaan richting Regiobureau Breda.</description>
      <pubDate>Thu, 31 May 2007 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:d0dd644009ee7d7c</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Erasmus University Rotterdam</source>
      <category>governance</category>
      <category>intergovernmental</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>De kwaliteit van Delftse gemeentelijke jeugdnetwerken omtrent alcoholgerelateerd uitgaansgeweld en startkwalificatie vanuit het perspectief
van de jongeren</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/17448</link>
      <description>Naar aanleiding van geuite zorg over het functioneren van de jeugdzorg is er recentelijk een proces van decentralisatie in de jeugdzorg over gegaan. Dit betekent dat de gemeentelijke overheid de verantwoordelijkheid krijgt om de jeugdzorg op gemeentelijk niveau in te richten, waardoor gemeentelijke jeugdnetwerken belangrijker zijn geworden.
In dit onderzoek wordt antwoord gegeven op de vraag wat de kwaliteit is van het aanbod van de instanties binnen het gemeentelijk jeugdnetwerk omtrent de thema’s alcoholgerelateerd uitgaansgeweld en startkwalificaties. De beleving van de jongere staat hierin centraal.</description>
      <pubDate>Mon, 04 Aug 2014 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:ffbe279655d0da7e</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Van verzorgingsstaat-professional naar civil society-professional</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/18723</link>
      <description>De professionals van gemeenten in Nederland hebben te maken met grote veranderingen. Op 1 januari 2015 zullen gemeenten meer verantwoordelijkheden krijgen als gevolg van drie decentralisaties. Omdat gemeenten tegelijkertijd te maken hebben met bezuinigingen, komen ze voor een grote uitdaging te staan: er moet meer met minder gedaan worden. Om deze uitdaging het hoofd te bieden, geeft de overheid binnen het beleid aan dat zij zich meer willen terugtrekken en taken wil overlaten aan de civil society. Burgers initiëren maatschappelijke zelfinitiatieven met het doel om een collectieve betrokkenheid in bijvoorbeeld de buurt of het welzijn van de medemens te creëren. De overheid wil een rol spelen in het versterken van de civil society. Wanneer er immers een sterke civil society bestaat die maatschappelijke taken op zich neemt, worden kosten voor de overheid gereduceerd en de legitimiteit van het beleid vergroot.

Het versterken van de civil society gaat gepaard met een samenwerking tussen de ambtelijke professionals die werkzaam zijn bij gemeenten en burgers die actief zijn met een maatschappelijk zelfinitiatief. Binnen dit onderzoek is gekeken naar de rol die de professional aan kan nemen binnen deze samenwerking. Samenwerken is immers niet eenvoudig doordat de professionals denken, handelen en werken van een systeemwereld en burgers dit doen vanuit een leefwereld. Omdat de professional nu wordt gezien als de schakel tussen de overheid en de burgers en de persoon die de belangen uit beide werelden dient te koppelen, krijgt hij een ander handelingsrepertoire. Er ontstaat een ‘nieuwe’ professional. Deze nieuwe professional heeft twee spanningsvolle taken: enerzijds dient hij te sturen op de zelfredzaamheid van de burgers zodat de civil society versterkt wordt, anderzijds dient hij een samenwerking tot stand te brengen met burgers die verschillende perspectieven op samenwerken hebben.

In dit onderzoek zijn vijf rollen voor de nieuwe professional geconstrueerd ter ondersteuning van maatschappelijke zelfinitiatieven. Deze rollen zijn waarderen, verbinden, adviseren, faciliteren en bijsturen. De professionals en burgers geven beide aan dat de verbindende, adviserende en faciliterende rol belangrijk zijn. Daarnaast is waarderen gewenst vanuit de burgers, terwijl de professionals eerder kiezen voor vitaliseren. Omdat de overheid constateert dat er meer vanuit de leefwereld geredeneerd moet worden, wordt in dit onderzoek geconcludeerd dat de professional eerder een waarderende dan vitaliserende rol aan dient te nemen. De bijsturende rol is, daarentegen, een rol die sterk vanuit de systeemwereld geredeneerd is. Ook deze rol wordt toegekend aan de nieuwe professional. De bijsturende rol gaat immers gepaard met het verlenen van subsidie, dat een instrument is bij de faciliterende rol. Wanneer subsidie wordt verleend, is het van belang dat de professionals het maatschappelijk zelfinitiatief zodanig bijsturen dat het geld zo passend mogelijk besteed wordt. Alleen op deze manier wordt het verlenen van publiek geld legitiem. Omdat de faciliterende rol als een noodzakelijke wordt omschreven, is de bijsturende rol van de nieuwe professional onontkoombaar. Omdat zowel professionals als burgers rollen omschrijven die geen hoge focus hebben op de zelfredzaamheid van de burgers, kan geconcludeerd worden dat een hoge zelfredzaamheid vaak niet mogelijk is voor de professionals of gewenst is door de burgers.</description>
      <pubDate>Mon, 17 Nov 2014 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:842286a1f53e377d</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>governance</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>WATER GOVERNANCE ONDER DE OMGEVINGSWET: HOE WATERBELANGEN TE WAARBORGEN?</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/38006</link>
      <description>Deze scriptie omvat het eindresultaat van een verkennend onderzoek naar de ervaringen van waterschappen met de Omgevingswet. Deze wet introduceert nieuwe planningsinstrumenten en promoot het samenwerken en afstemmen met andere overheden. Wat voor gevolgen heeft de Omgevingswet voor het borgen van de waterbelangen door waterschappen? Dit onderzoek geeft inzicht in welke planningsinstrumenten waterschappen gebruiken om hun belangen te borgen en hoe de samenwerking met gemeenten en provincies verloopt. Deze hebben overeenkomsten met governance, integrale en strategische planning.</description>
      <pubDate>Tue, 27 Oct 2020 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:f9e0a9a79051ee94</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>governance</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>De programmavriendelijke gemeente
Kwalitatief onderzoek naar kritische organisatiefactoren van gemeenten voor realisatie 3 decentralisaties middels programmamanagement</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/31321</link>
      <description>Sinds 2000 zijn de zorgkosten in Nederland verdubbeld. Om de sterk gestegen zorgkosten in Nederland betaalbaar te houden, besloot de Nederlandse overheid de zorg ingrijpend te hervormen en de 3 domeinen ‘jeugdzorg, arbeidsparticipatie en ouderen- en langdurige zorg’ naar gemeentelijk niveau te decentraliseren. Van de 393 gemeenten in Nederland pakt 89% deze complexe decentralisatie aan in de vorm van een project of programma.
Zowel in de wetenschap als in de praktijk wordt gevraagd om meer kennis over de rol die de verschillende organisatiefactoren speelden bij het werken met een 3D-programma. Een kwalitatief onderzoek is daarom gestart met als hoofdvraag: &quot;Welke rol spelen organisatiefactoren binnen gemeenten bij het realiseren van 3D-programma’s middels programmamanagement?”
Negen organisatiefactoren uit vergelijkbaar onderzoek vormden het theoretisch startpunt van dit onderzoek. 15 programmamanagers van 3D-programma’s bij gemeenten zijn geïnterviewd. Hierbij werden de respondenten gevraagd om op basis van hun eigen ervaring de belangrijkste organisatiefactoren te benoemen die de voortgang in het 3D-programma sterk beïnvloeden. Vervolgens werd gevraagd of zij de negen factoren uit de theorie in de praktijk herkenden.
De resultaten van dit onderzoek laten zien dat er 6 organisatiefactoren zijn die een hoge impact hebben op de programmavoortgang en tevens veel in de praktijk herkend worden door de geïnterviewde programmamanagers. Deze 6 factoren gaan over: de mate waarop een organisatie in staat is de strategische doelen te vertalen naar goede plannen; het competentieniveau van het personeel op gebied van planmatig werken, samenwerken en leidinggeven; de openheid van de cultuur en het vertrouwen in de organisatie.
Het doel van dit onderzoek is om inzichten te verschaffen over de meest kritische organisatiefactoren tijdens 3D-programma’s. De resultaten van dit onderzoek vormen een basis voor verder onderzoek naar de rol van organisatiefactoren binnen programma’s. Op basis van de bevindingen wordt aanbevolen dat gemeenten zorg dragen voor een voldoende competentieniveau van hun personeel, alvorens te werken met programma’s. Het werken met programma’s wordt afgeraden wanneer organisaties geen ervaring hebben met afdelingsoverstijgend werken. Zij zouden eerst ervaring op moeten doen met projecten en werken aan een open organisatiecultuur en het denken in rollen in plaats van functies.</description>
      <pubDate>Tue, 08 Dec 2015 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:fd4c13740d3a0ee3</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>governance</category>
      <category>organizational_structure</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>De meerwaarde van de pilot buurtgerichte specialistische jeugdhulp</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/30414</link>
      <description>Achtergrond en doel. In de jaren voorafgaand aan de decentralisatie van de jeugdzorg sinds
januari 2015, was er sprake van een tekortschietende professionele samenwerking rondom
kinderen en gezinnen. Daarnaast was er sprake van gescheiden geldstromen en weinig integrale
samenwerking. Dit heeft ertoe geleid dat niet langer de Rijksoverheid, maar de gemeenten in
Nederland de verantwoordelijkheid dragen voor alle vormen van jeugdhulp. Eén van de
manieren waarop de gemeente Utrecht invulling geeft aan het transformatieproces is door het
organiseren van de pilot ‘buurtgerichte specialistische jeugdhulp’. Het doel van dit onderzoek is
om inzicht te verkrijgen in de ervaringen van verwijzers en professionals rondom de kwaliteit
van de jeugdzorg binnen de pilot. Methode. Er zijn semigestructureerde interviews afgenomen
met professionals (N=7) die werkzaam zijn binnen de pilot. Daarnaast hebben er focusgroepen
plaatsgevonden met professionals (N=10) en verwijzers (N=5) die verbonden zijn aan de pilot.
Resultaten. De kwaliteit van de zorg wordt door zowel professionals als door verwijzers als
goed ervaren, wanneer vergeleken wordt met de werkwijze zoals die voorheen was. Dit komt
mede door de wijkgerichte manier van werken, het niet-diagnose gericht werken, het betrekken
van het (in)formele netwerk, de goede aansluiting bij de basiszorg en de ruimte die professionals
krijgen binnen de pilot. Conclusie. Uit resultaten blijkt professionals en verwijzers ervaren dat
de doelen van de pilot positief bijdragen aan kwaliteit van de jeugdhulp. Inzichten uit dit
onderzoek bieden kansen om eventuele veranderingen door te voeren waardoor de kwaliteit van
de jeugdzorg mogelijk als nog beter wordt ervaren.</description>
      <pubDate>Fri, 17 Aug 2018 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:0a1a1c8adbf99891</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>social_care</category>
      <category>service_delivery</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>De passend beschikken puzzel. Een analyse van het gemeentelijke besluitvormingsproces wat betreft de toepassing van &quot;passend beschikken&quot; binnen de Wmo</title>
      <link>https://theses.ubn.ru.nl/items/32d95fb2-218c-40c1-a665-d0c6ff63e08c</link>
      <description>Dit onderzoek richt zich op de vraag welke factoren de keuzes van Nederlandse gemeenten wat betreft de toepassing van ‘passend beschikken’ binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verklaren. Een conceptueel model met vijf theoretische factoren is getoetst. De factoren zijn: lokale politieke context, budgettaire overwegingen, zorgvraag, interne actoren en externe actoren. Middels zestien semi-gestructureerde interviews met ambtenaren uit veertien gemeenten, zijn de volgende bevindingen gedaan: Alle onderzochte gemeenten lijken ‘passend beschikken’ op een bepaalde manier toe te passen, maar hanteren hierbij een verschillende aanpak. Het concept blijkt genuanceerd en geen kwestie van ‘wel’ of ‘niet’. Alle gemeenten maken bij de indicatiestelling onderscheid tussen de Wmo-producten en houden rekening met het ontwikkelingsperspectief van de inwoner. Er zijn doorgaans geen vaste regels over de indicatieduur en de uitvoering stelt vaak de indicatieduur vast. Externe actoren blijkt de meest verklarende factor; het belang van de inwoner staat vaak voorop. Bij interne actoren komt de uitvoeringsafdeling naar voren, door zijn indicatiestellende rol en invloed op de besluitvorming op beleidsniveau. Andere factoren, zoals budgettaire overwegingen en lokale politieke context, spelen soms een beperkende of versterkende rol. De wens om administratieve lasten te verlichten draagt vaak bij aan de keuze om meer langdurige beschikkingen af te geven. 

Kernwoorden: lokale besluitvorming, beleidskeuzes, Wet maatschappelijke ondersteuning, passend beschikken</description>
      <pubDate>Fri, 24 Jan 2025 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:0c64e054b0509967</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Radboud University</source>
      <category>governance</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Burgerparticipatie over gemeentegrenzen heen - Onderzoek naar de vormgeving van burgerparticipatie op het gebied van de Wmo en Wwb</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/11719</link>
      <description>Burgerparticipatie: ‘het vergroten van draagvlak voor bepaald overheidsbeleid door de doelgroep hierbij te betrekken.’ Hoe kan een gemeente burgerparticipatie op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Wet werk en bijstand (Wwb) zodanig vormgeven dat het voldoet aan de wettelijke verplichtingen? 
In opdracht van de gemeente Rhenen is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd ter beantwoording van bovenstaande beleidsvraag. Vanuit een normatief en theoretisch kader zijn veronderstellingen opgesteld om burgerparticipatie bij andere gemeenten in kaart te kunnen brengen. Aan de hand van semi-gestructureerde interviews is de burgerparticipatie beschreven van de gemeenten: Rhenen, Veenendaal, Renswoude, Vianen, Rheden en Rozendaal. Geconcludeerd kan worden dat het voldoende vormgeven van burgerparticipatie afhankelijk is van de samenhang tussen de condities: context, doelgroep, inhoud en proces. Daarbij kan met de condities ‘context’ en ‘proces’ gemakkelijker worden voldaan aan de vereisten van de wet.</description>
      <pubDate>Fri, 28 Sep 2012 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:0e827259f7766771</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>participation</category>
      <category>citizen_engagement</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Onze nieuwe toekomst. Op weg naar effectievere vormen van beleidsparticipatie</title>
      <link>https://theses.ubn.ru.nl/items/2a2c220d-b965-4cfb-8369-b4dad2082a4e</link>
      <description>Sinds 1 januari 2015 is de uitvoering van de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet
maatschappelijke ondersteuning [Wmo] gedecentraliseerd naar het gemeentelijke niveau. Door deze decentralisaties is het effectief vormgeven van beleidsparticipatie steeds belangrijker is geworden. Ten eerste is de nadruk op beleidsparticipatie in de sociale wetgeving toegenomen sinds de decentralisaties en ten tweede hebben de decentralisaties diverse veranderingen met zich mee gebracht die de vraag hebben doen opkomen hoe toekomstbestendig de huidige vormen van beleidsparticipatie zijn. Ook de gemeente Lingewaard worstelt met deze vraag en intern heerst het
idee dat beleidsparticipatie anders, effectiever kan worden ingericht. Dit onderzoek analyseert daarom de mate waarin de huidige vormen van beleidsparticipatie effectief
zijn met als doel aanbevelingen te formuleren voor de toekomst. Ze focust zich op het sociaal domein, aangezien de genoemde decentralisaties binnen dat domein hebben plaatsgevonden. De vraagstelling die hierbij hoort is de volgende: wat zijn de succes- en faalfactoren voor een effectieve vormgeving van beleidsparticipatie en in hoeverre zijn deze aanwezig in de huidige beleidsparticipatietrajecten in het sociaal domein van de gemeente Lingewaard? Beleidsparticipatie houdt in dat burgers betrokken zijn bij het “opstellen, uitvoeren en evalueren van overheidsbeleid, in het bijzonder gemeentelijk (Wmo-)beleid” (Movisie, 2014a). Er is sprake van een
effectieve vormgeving van beleidsparticipatie als het de legitimiteit, de kwaliteit en het draagvlak van beleid doet toenemen. Om de vraagstelling te beantwoorden, is een literatuurstudie gehouden en zijn er interviews afgenomen met zowel participanten als ambtenaren. Gebleken is dat de participatieladder gebruikt kan worden om aan te tonen hoe effectief een traject is. Daarbij geldt dat trajecten die hoger op die
ladder eindigen, effectiever zijn. Dat vrijwel alle onderzochte trajecten op de onderste helft van deze </description>
      <pubDate>Thu, 15 Oct 2015 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:13b3d0f527b36a87</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Radboud University</source>
      <category>participation</category>
      <category>citizen_engagement</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
    <item>
      <title>Samenwerking in de kinderschoenen</title>
      <link>https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/17414</link>
      <description>Met de officiële decentralisatie van de jeugdzorg per 1 januari 2015, krijgen gemeenten er een grote 
verantwoordelijkheid bij. De gemeente Utrecht geeft deze verantwoordelijkheid vorm door een centrale rol 
toe te schrijven aan buurtteams Jeugd en Gezin, die sociale basiszorg verlenen. De buurtteams dienen samen 
te werken met huisartsen, om zo een krachtige preventieve en lichte basiszorg te verlenen en te voorkomen dat er aanvullende en duurdere zorg nodig is. Voorgaande literatuur laat echter zien dat samenwerking in het publieke domein niet altijd gemakkelijk te realiseren is. In dit onderzoek is in beeld gebracht wat belangrijke factoren zijn die samenhangen met succesvolle interorganisationele samenwerking tussen huisartsen en buurtteammedewerkers Jeugd en Gezin. Daarnaast is de vraag gesteld op welke manier de samenwerking eventueel verbeterd kan worden. In het theoretisch kader is een overzicht gegeven van mogelijke factoren die belangrijk kunnen zijn voor succesvolle samenwerking. Door middel van een gemixte 
dataverzamelingsmethode; het digitaal verspreiden van enquêtes (n=35) en veertien verdiepende interviews 
onder huisartsen en buurtteammedewerkers Jeugd en Gezin, is onderzocht welke factoren samenhangen met 
succesvolle samenwerking, wat de factoren betekenen, welke factoren respondenten aangeven als zijnde 
belangrijk en waarom deze factoren belangrijk zijn.</description>
      <pubDate>Fri, 01 Aug 2014 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">thesis:198e89c29e19f496</guid>
      <source url="https://lokaal-bestuur.livingmeta.ai">Utrecht University</source>
      <category>social_care</category>
      <category>policy_implementation</category>
      <category>thesis</category>
    </item>
  </channel>
</rss>
